Introductie

 

Oorspronkelijk werkte Nanon voornamelijk in het platte vlak, dat wil zeggen dat ze schilderde op doek. Ze deed dit niet zozeer vanuit de passie voor de materie verf maar veeleer als medium om een bepaald beeld op te roepen.
Langzamerhand werd haar werk steeds ruimtelijker; schilderijen werden gecapitonneerd waardoor er reliëf ontstond en de wetten van het perspectief niet langer telden. Het schilderslinnen werd steeds vaker vervangen door herkenbare stoffen zoals lakplastic en kunstleer (skai) om een bepaalde sfeer te creëren.
Naast de materiaalkeuze is de omgeving waarin de objecten zich bevinden heel belangrijk. Het is inmiddels de opmaat naar het maken van installaties.

Nanon speelt met associaties, cliché’s, stereotypen en illusies. Ze verbaast zich over het feit dat mensen zekerheden, ‘waarheden’ in pacht lijken te hebben terwijl zij daar zelf immer naar op zoek is. In haar werk zit steeds de vraag aan de toeschouwer besloten: “Zie je wel wat je denkt dat je ziet?”
Mooi is lelijk, lelijk is mooi, echt is nep en nep is evenzeer echt, de waarheid is een illusie en een illusie is de waarheid.